iA


Google en de rust voor intellectuele contemplatie

by Koen van Gilst. Average Reading Time: about 4 minutes.

In het artikel Is Google Making Us Stupid?: What the Internet is doing to our brains schreef de technologiejournalist Michael Carr vorig jaar over de invloed van het internet op onze manier van lezen, ons concentratievermogen en denken. Hij beschrijft hoe zijn leesgewoontes sinds een aantal jaren zijn veranderd: waar hij vroeger nog met gemak lange teksten aan een stuk kon lezen, wordt hij nu al na een paar pagina’s onrustig en gaat hij op zoek naar achtergrondinformatie of helemaal iets anders doen. De oorzaak hiervan legt hij bij Google, of liever gezegd: het internet en de computer.

Stephie en haar nieuwe MB

Volgens Carr begint het met de manier waarop we online informatie tot ons nemen. Internetpagina’s lezen we niet van begin tot eind: we scannen ze, zoeken wat we nodig hebben en gaan door. We springen van link, naar link en blijven maar kort bij één passage hangen. Dit komt nog eens bij het multitasken dat wij, sinds computers dat kunnen, voortdurend doen. Ik heb erop gelet: in nog geen tien minuten tijd schakel ik over van mijn Gmail, naar een chatvenster van Skype, skip ik een nummer op mijn iPod, ga ik naar mijn Twitter-client om een Tweet te schrijven, keer ik terug naar mijn browser om het artikel van Carr te lezen en dat allemaal terwijl ik eigenlijk in Google Docs aan dit artikel schrijf.

Carr argumenteert dat de invloed van het nieuwe medium internet verstrekkender is dan wij ons realiseren. Door het internet verliezen we namelijk het vermogen om ons langdurig en ononderbroken op één zaak te concentreren. De concentratie die een lang boek van ons vraagt, stelt hij, is niet alleen waardevol omdat we daarmee kennis opdoen, maar ook vanwege de ‘intellectuele vibraties’ die het in ons teweegbrengt. De rust die het langdurig en geconcentreerd lezen van een boek, of iedere andere vorm van contemplatie tot gevolg heeft, maakt dat we gaan associëren, dat we onze eigen conclusies en eigen ideeën vormen. Als we deze momenten van rust verliezen, of ze opvullen met inhoud, verliezen we niet alleen een belangrijk deel van onszelf, maar ook van onze cultuur.

Ergens herken ik wel wat in Carrs betoog. Ook ik heb de rust en de tijd voor lange boeken verloren. Vroeger las ik zonder problemen lange betogen in de krant – tegenwoordig lees ik geen krant meer, maar nieuwsberichten online. Vroeger las ik The Lord of Rings – drie keer. Nu heb ik de derde fantasy-reeks naast me neergelegd, omdat ik hem te langdradig en niet to-the-point vond. En tegelijkertijd lees ik meer dan ik ooit tevoren. Nederlands nieuws lees ik via de Volkskrant-App of op nu.nl. Internationaal nieuws via Spiegel Online of de site van de Guardian. Ik lees meerdere columns, van Aaf tot Thomas Friedman. En daar komt mijn dagelijkse portie Wikipedia-, Wired- en TechMeme-artikelen nog bij. Bovendien ben ik niet de enige die meer is gaan lezen door het internet: mensen over de hele wereld kijken minder televisie en brengen meer tijd door op het internet (toegegeven: daar zijn ook veel filmpjes van niezende babypanda’s bij).

Maar is het erg dat de meditatieve rust die het lezen van een boek ons kan bieden verloren gaat? Carr geeft toe dat de geschiedenis van de filosofie een hele reeks van technologische zwartkijkers kent – en dat ze meestal ongelijk hebben gekregen. In Plato’s Phaedrus beklaagt Socrates zich bijvoorbeeld over de uitvinding van het geschreven woord. Hij is bang dat naarmate mensen meer op boekenkennis gaan vertrouwen, ze kennis niet meer onthouden en vergeetachtig worden. Boeken maken mensen lui en stompzinnig, volgens Socrates. Helemaal ongelijk had hij niet, maar hij was ook kortzichtig: hij voorzag niet dat het geschreven woord informatie beter verspreidt, voor nieuwe ideeën zorgt en de menselijke kennis uiteindelijk vergroot. Het is immers dankzij het geschreven woord (en Plato) dat we weten wat Socrates heeft gezegd.

En hoe zit het met het internet? Net als het geschreven woord en de boekdrukkunst zorgt het internet voor een betere verspreiding van informatie. Bovendien kan nu werkelijk iedereen kennis toevoegen – en gaat er bijna geen kennis meer verloren. Het gevolg daarvan is ook dat er nu, nog meer dan na de uitvinding van de boekdrukkunst, een overvloed aan informatie is. Om hier mee om te kunnen gaan, moeten we effectiever lezen, springen we sneller van de ene naar de andere kennisbron en houden we nog maar weinig tijd over voor onze eigen ‘intellectuele vibraties’.

Of mensen als Carr, net als Socrates vierentwintighonderd jaar geleden, ook dit keer kortzichtig blijken of dat de mensheid werkelijk stompzinniger wordt (zouden we dat eigenlijk merken?) weten we pas over een paar honderd jaar. Uiteindelijk vermoed ik dat technologie ook een belangrijke rol zal spelen in het omgaan met de ‘information overflow’ en dat we uiteindelijk dankzij nieuwe technologieën weer de rust zullen vinden voor contemplatie en het vormen van eigen ideeën. En dat Google het bedrijf bij uitstek is om hier voor een doorbraak te zorgen, spreekt voor zich.

In juni dit jaar (2010) verschijnt Michael Carrs nieuwe boek over dit onderwerp, The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains, bij de uitgeverij W. W. Norton.

One comment on ‘Google en de rust voor intellectuele contemplatie’

  1. Roeland says:

    Beetje flauw natuurlijk, maar ik heb dit stukje zojuist vluchtig gelezen, terwijl ik eigenlijk op zoek was naar iets anders (en daarvoor ga ik je nu mailen) :) Mijn hersenen zijn in ieder geval al aangepast aan de nieuwe media :)

Leave a Reply